Adviezen

Soorten fiets accu’s

E-bike/ Accu type Techniek Voltage Ah origineel
Accel Li-lon 25,2 10
Aldi City star Li-lon 25,2 10
Aldi City star Li-lon 36 10
Altra Li-lon 25,2 10
Antec Li-lon 36 10
Antec PB 36 7
Antec Li-lon 36 8,8
ANWB Adventure Li-lon 36 5
ANWB XT10 NiMH 24V 10
Avancer Li-lon 25,2 10
Azor Ebike Li-lon 36 16
Batavus Li-lon 25,9 10
Batavus/Phylion Li-lon 37 10
Bike Tec Li-lon 25,2 8
Bikkel Li-lon 36 10
Bikkel/ Panasonic Li-lon 25,2 10
Bristol Li-Ion 25,2 10
Cortina Li-lon 25,2 10
Cortina Li-lon 25,9 10
E-Bikez Li-lon 36 10
Eco Explorer Li-lon 36 10
Ezee Li-lon 36 10
E-zee Li-Ion 36 10
Flyer Li-lon 25,2 10
Flyer Li-lon 25,9 10-12
Gazelle Easy glider Li-lon 25,2V 10
Gazelle Innergy Li-lon 36 7
Gazelle innergy Li-lon 36 9
Gazelle Innergy Li-lon 36 11
Gazelle Innergy Li-lon 36 13
Gepida Li-lon 25,2 8,8
Giant Li-lon 26 9
Giant Li-lon 36 8-10
Giant twist 2.0 Li-lon 24 8-10
Giant twist 2.0 NiMH 24 7-9
Giant LaFree NiMH 24 6,5
Greencity Li-lon 25,2 10
Halfords Union Canto Li-lon 36 9
Hema Bikkel Ni MH 24 9
Harbin Li-Ion 36 10
Hercules Li-lon 25,2 9
Hollandia (zilver) Li-lon 36 10
Hollandia (zwart) LiFePo4 39,6 7
Kemp Starley Li-lon 36 6-10
Kemp Starley LiFePo4 26,4 8
Kemp Starley Li-lon 36 10
Kemp Starley Li-lon 36 8
Lazybike ebike Li-lon 36 9
Lishen Li-lon 25,2 10
Lishen Li-lon 25,9 10
Lishen Trio Li-lon 36 8,8/10
Lyric LiFePo4 24 12
Merida NiMH 24 14
Montego Li-Ion 36 12
Montego Li-lon 25,2 8-12
Montego Li-lon 36 10
Multicycle Li-lon 36 10
Panterra Li-lon 25,9 11
Pas NiMH/NiCD 24 5-6,5
Pelicaan LiFepo4 39,6 7
Peugeot Li-lon 36 10
Phylion Li-lon 25 10
Phylion Li-lon 36 10
Pic Li-lon 36 10
Pointer Li-lon 36 9
Primapower Bike NiCID/ NiMH 36 5
Protanium Li-lon 25,2 10
Rich Li-lon 25,2 10
Qwic NiMH 24 9
Qwic Li-lon 36 6-10
Qwic 216 Li-lon 36 6
Qwic 360 Li-lon 36 10
Qic C2 Smart Li-lon 36 10
Qwic Trend/Base Li-lon 25,2 10
Qwic Windmee Li-lon 25,9 8
Sachs Li-lon 36 10
Saxonette Li-lon 36 8
Sparta Emotion C1, C2,C3 Li-lon 25,2 10
Sparta Pharos Ni MH 24 5/6,5
Stella Type 1 Li-Ion 36 10
Stella Type 2 (1 polige laadaansluiting) Li-Ion 36 10
Stella Type 2 (5 polige laadaansluiting) Li-Ion 36 10
TranzX NiMH 24 9
TranzX Li-lon 25,2 10
Ultra Motor Li-lon 36 10
Union Li-lon 36 8
Union TranzX NiMH 24  9
Union TranzX Li-lon 24 10
V&D Hollandia Li-lon 36 10
V&D Hollandia LiFePo4 39,6 6
Vente Li-lon 25,2 8,8
Yamaha Pas NiCD/NiMH 24 5/6,5
Yreb Comfort Li-lon 25,9 10

Foutcodes Bosch Active line middenmotor

Bosch Active line middenmotor

bosch active line middenmotor voor elektrische fietsen
Bosch Active line middenmotor voor elektrische fietsen

Active Line (klik op “lees verder”)

_read_more»

Accu laadt niet meer op !!!

In het voorjaar halen we de fiets uit de schuur en : de accu laadt niet meer op!!!

Iedere accu heeft een meerdere of mindere mate van zelfontlading. Dat betekent dat de spanning langzaam maar zeker weglekt en dat hindert normaliter niet maar wel als het erg lang duurt, zoals in een hele winter. Daarom is opladen iedere paar maanden erg zinvol.

Om een accu (is een set van oplaadbare batterijen) op te kunnen laden is een bepaalde minimumspanning nodig. Als de spanning van een accu te ver is gezakt, bijvoorbeeld door zelfontlading,  is er een begrenzing in de oplader die het opladen blokkeert.

Dan heb je een probleem en hoe los je dat op? Hier is de gouden tip: breng de spanning van de accu met een extra hulpbron boven die kritische spanningsgrens.

De oplader gaat dan opladen ondanks dat de spanning onder de ondergrens is geraakt. Bijvoorbeeld na een lange winter zonder tussentijdse oplading.

 Plus aan plus en min aan min.

. Plus aan plus en min aan min.

Bij de meeste accu’s kun je deze tip realiseren door de uitgang van een tweede accu parallel aan te sluiten op de op te laden accu. De tweede accu laadt de eerste accu op als de spanning van die tweede accu hoger is. De eerste accu komt boven de kritisch grens en daarna kan hij toch opgeladen worden.

Dit werkt bij alle loodaccu’s en NiMh accu’s. Bij li-ion accu’s zit er electronica tussen de set batterijen en de uitgang. Dan werkt deze tip niet omdat het overhevelen van spanning door die electronica geblokkeerd wordt. Er zit dan weinig anders op dan de te lage accu open te maken en een extra spanningsbron direct op de batterijenset aan te sluiten. Je passeert dan dus die electronica.

Die hulp-spanningsbron kan alles zijn wat een spanning levert die hoger is dan de te lage accu. Bij een li-ion accu van 29,4V die tot 20V gezakt is kun je bijvoorbeeld een spanningsbron van 26 tot 32 Volt gebruiken. Er gaat gedurende een korte tijd een grote stroom lopen dus zorg dat die extra spanningsbron dat aankan. Je kunt de stroomsterkte beheersen door er een weerstand tussen te zetten. Een paar geschikte lampen kunnen hier goed voor dienen.

=======================================

Extra gouden tip: In plaats van accu kun je ook mensen lezen

=======================================

Oplader bij de Sparta Ion of Batavus Padova laadt niet op:

Geef eens een flinke slinger aan het achterwiel!

De motor geeft dan namelijk tijdens het draaien van het wiel een elektrische spanning aan het systeem en die kan de elektronica activeren waardoor soms de oplaad-functie weer werkt. Doe dit terwijl de oplader aangesloten is.

 

 

 

 

Foto’s

img_2073

Meten en construeren.

img_2074

Onderdelen.

img_2075

Metingen verwerken en met fiets-software werken, fietslift.

 

Met de titel “Licht, lijnen en kleuren” kun je heel veel aanduiden, zoals met deze wandversiering in mijn werkplaats. Ik gebruikte in de cirkel 32 ongekleurde lampjes en in het midden 22 gekleurde. Het is 110 cm in het vierkant. De cirkel is gevormd door 32 plastic kapjes in een stel kleuren, onregelmatig verdeeld. In het midden zijn constructies van telkens vijf RVS strips die circa 4 cm omhoog gebogen zijn. Ze zijn samen 0,5 watt dus als ze een jaar lang continu aan zijn gebruiken ze voor 2 euro energie.

 

 

 

Naar het magazijn

 

Error codes Sparta ion

Techniek Piet van Meel: Het adres voor revisie en renovatie van vrijwel alle soorten fietsaccu’s, betrouwbaar, snel, prijsbewust en deskundig.

Klik hier voor de error codes van de sparta ion.

Je kunt ze bekijken, afdrukken en/of opslaan.
bekijk of print

Onderhoud van de accu

laadopstelling (Kopie)Onderhoud van de Ni-MH Batterij & Li-ion Batterij
Heb u de batterij nog recent opgeladen? Als u de afgelopen 2 maanden de batterij niet meer heeft opgeladen, dan wordt het hoog tijd om dat weer een keer te doen. Iedere accu loopt gaandeweg de tijd leeg en te ver ontladen is funest voor de accu. Het opladen van de batterij zorgt voor een langere levensduur van de batterij, voor beter prestaties en voorkomt beschadigingen.

Laad minimaal iedere 2 maanden de accu op. Mensen zeggen wel eens: “Hij heeft de hele winter aan de oplader gehangen”. Dat is mooi maar bij vrijwel alle opladers een misvatting. Als de accu vol is stopt de oplader en schakelt uit. De oplader gaat daarna niet uit zichzelf weer opladen, alleen als hij in en uit het stopcontact gaat.

Aanbevelingen voor opslag en opladen

• Batterijen moeten voor gebruik worden opgeladen.
• Probeer de batterijen niet opzettelijk te verhitten of te beschadigen. Ze kunnen dan barsten, waardoor er giftige stoffen vrij kunnen komen
• Probeer de batterij niet uit elkaar te halen. Stuur hem op naar een professional, bijvoorbeeld naar Piet van Meel.
• Sla de batterij op een koele en droge plek op. Ontlaad de batterijen altijd voordat ze worden  opgeslagen of vervoerd.
• Laat de batterij minimaal één keer in de 3 – 6 maanden een complete cyclus van laden en ontladen ondergaan. Daarmee wordt de kwaliteit van de batterij behouden ook als deze voor een langere periode wordt opgeslagen.
• In het geval u ongebruikelijke geluiden hoort, variatie in de temperatuur constateert of er materialen uit de batterij lekken, stop dan onmiddellijk met het gebruik van deze batterij.
• Zorg er voor dat de batterij in een koele, goed geventileerde ruimte wordt opgeslagen en niet in direct contact met zonlicht komt.

Hoever de accu leegfietsen?

Het is een misvatting bij veel mensen dat zij denken dat de accu zover mogelijk leeg gefietst moet worden. Het beste is het om hem voor 60 – 70% leeg te fietsen en dan op te laden. De levensduur van een accu hangt af van twee zaken: de levensduur in jaren en van het aantal oplaad-cycli. Twee keer een halve oplaadbeurt telt voor een hele en niet voor twee keer.

Bij een accu met nieuwe inhoud moet je wel de accu de eerste drie keer helemaal leeg fietsen (of bijna helemaal als je niet zwaar wilt trappen..) en vol laden. Net als met alle nieuwe batterijen.

Batterij-oplaad technieken

a1

Figuur 1.Diagram Generieke oplader

Batterij-oplaad technieken die in gebruik zijn in de praktijk van vandaag zijn: nikkel-cadmium(NiCd), nikkel-metaalhydride(NiMH), Gel loodzuur (PbSO4), enLithium-Ion (Li +).

Hoewel het geen onderdeel is van de eigenlijke laadprocedure, is de initialisatie een belangrijke stap in het proces. De lader initialiseert zelf en voert zijn eigen zelftest. Een lading kan worden onderbroken door een stroomstoring en de daaruit voortvloeiende herinitialisatie. Zonder een slimme batterij of een soort van tijdstempel, vluchtige opslag, kunnen dergelijke gebeurtenissen ongemerkt plaatsvinden. De meeste laders reinitializeren volledig na een stroomstoring. Als overladen een probleem is, kan de lader vervolgens een speciale zelftest uitvoeren om te bepalen of de batterij al opgeladen is. Een batterij aanwezig op power-up, bijvoorbeeld, zou een dergelijke actie triggeren.

Verschillende omstandigheden kunnen problemen veroorzaken bij deze initialisatie. Een vaste tijd lader bijvoorbeeld laadt een batterij met een vast interval van vier uur. Als er een stroomstoring in de lading optreedt na drie uur en 59 minuten, start de lader nog eens met vier uur opladen, waardoor de batterij een vier uur durende overbelasting krijgt. Deze behandeling kan de batterij beschadigen, en het is een van de redenen dat vaste-tijd opladen zelden wordt gebruikt. Het voorbeeld laat ook zien waarom de lader toezicht moet houden op de temperatuur van de batterij of andere methoden van beeindiging moet hanteren als backup maatregel.

Cel Kwalificatie

Deze fase van het opladen procedure detecteert of een batterij is geïnstalleerd en of deze kan worden opgeladen. Cel detectie wordt meestal bereikt door na te gaan of er spanning is op de laderklemmen terwijl de lader bron is uitgeschakeld, maar die methode kan een probleem opleveren als de cellen diep ontladen zijn gefietst en weinig spanning produceren. Als alternatief kijkt de lader vaak naar een thermistor of kortsluiting-jumper in  plaats van naar de cel zelf. De aanwezigheid van deze hardware kan ook dienen om de batterij te identificeren. Smart batterijen, van de andere kant, wisselen een ruime hoeveelheid seriële data uit met de accu, meestal voorzien van alle noodzakelijke oplaad parameters via een gespecialiseerde I2C ™ -achtige protocol genaamd de System Management Bus (SMBus ™).

Nadat de lader heeft bepaald dat een cel geïnstalleerd is moet hij bepalen of de cel goed is. Gedurende deze subfase (kwalificatie), wordt de cel gecontroleerd op basiswerking: is hij open, kortgesloten, heet, of koud. Om te test en of een cel is geladen kan worden, passen sommige laders van lood-zuur types vooral een lichte laad stroom toe (ongeveer een vijfde van het snel laden) en geeft de cel een vaste tijd om een bepaalde spanning te bereiken. Deze techniek vermijdt het probleem van valse afkeuringen voor sterk cyclische PbSO4 batterijen, en met toestemming van de fabrikant van de batterij, kan deze methode ook worden gebruikt voor andere chemische varianten.

Een controle van de omgevingslucht en celtemperaturen is ook een deel van de kwalificatiefase. Wanneer een lader hoge of lage temperatuur detecteert, wacht hij gewoonlijk een vooraf bepaald intervaltijd tot de temperatuur weer nominaal is. Als dit niet binnen de gestelde termijn gebeurt, vermindert de lader de laadstroom. Deze actie op zijn beurt vermindert de batterijtemperatuur, waardoor de efficiëntie verhoogt wordt. Tenslotte worden de cellen gecontroleerd op open of kortgesloten. Open cellen worden gemakkelijk gedetecteerd, maar een kortgesloten celindicatie heeft bevestiging nodig om valse storings indicaties te voorkomen. Als al deze controles bevredigend zijn geweest kan de cel geladen worden en het proces gaat verder zoals getoond in figuur 1.

Preconditioneringsfase (optioneel) of Refreshen

Sommige laders (vooral die van NiCd-batterijen) bevatten een optionele preconditioneringsfase waarin de batterij volledig wordt ontladen voordat het opladen wordt gestart. Volledige ontlading vermindert het spanningsniveau van elke accu met 1V per cel en elimineert dendritische (vertakte) formaties in de elektrolyt, die leiden tot wat vaak ten onrechte bestempeld als de memory-effect. Dit zogenaamde geheugeneffect verwijst naar de aanwezigheid van dendritische formaties die de levensduur van een cel kan verminderen, en het volledig opgeladen en ontladen elimineert soms het probleem. Preconditioning kan bij elke lading gebeuren, of het kan volgen op een indicatie (door load-test of een andere bewerking) dat meer dan de helft van de lading van de cel overblijft. Voorconditionering kan één tot tien uur vergen. Ontladen van een batterij in minder dan een uur wordt in het algemeen niet aanbevolen. Fast preconditioning leidt tot het praktische probleem van wat te doen met de warmte die via de belastingsweerstand ontstaat. Een preconditionering van meer dan tien uur wordt niet aanbevolen tenzij het handmatig kan worden gestart bij vaststelling van een verminderde capaciteit. Verwarring en misverstanden zijn er rondom het NiCd “memory-effect”, zodat de ontwerper kan beter geen refresh-knop op de oplader maken.

Snel laden Fase en Beëindiging

Welke snel laden en beëindigings methoden worden gebruikt zijn afhankelijk van cel chemie en andere ontwerp factoren. De volgende bespreking bevat snellaadtechnieken die op grote schaal worden gebruikt bij de huidige accu’s.

NiCd en NiMH cellen

a6

Figuur 6. Generiek oplaad-systeem blokschema

a2

Figuur 2. NiCd-batterij oplaad kenmerken bij C / 2 rate

De snellaad procedures voor NiCd en NiMH-batterijen zijn zeer vergelijkbaar; ze verschillen voornamelijk in de beëindiging methode. In elk geval, de lader Laadt met een constante stroom terwijl hij de accuspanning en andere variabelen bewaakt om te bepalen wanneer de lading moet stoppen. Laadsnelheden hoger dan 2C zijn mogelijk, maar de meest voorkomende bedraagt ongeveer C / 2. Omdat de laadefficiëntie iets minder dan 100% is, duurt een volledige lading op de C / 2 wijze iets meer dan twee uur. Terwijl constante stroom wordt toegepast, stijgt de celspanning langzaam en bereikt ten slotte een PK (een nulpunt helling). Het NiMH opladen moet op dit PK (de 0DV punt) worden beëindigd. Het NiCd opladen, anderzijds, moet eindigen bij een punt voorbij de PK: wanneer de accuspanning voor het eerst een geringe daling vertoont (-DV) (figuur 2). Een beschadiging van cellen kan het gevolg zijn als snel opladen doorgaat voorbij het eindpunt van beide accu’s.     Bij snelheden groter danC/2(resulterend ineenlaadtijdvan minder dan twee uur), houdt de laderook toezicht opde temperatuuren de spanningvan de cel.Omdat de temperatuur van de cel snel stijgtwanneereen celvolleladingbereikt, hanteert de temperatuurbewaking een anderbeëindigingstechniek. Beëindiging op deze positieve temperatuur helling heet DT beëindiging. Andere factoren die kunnen beëindiging triggeren zijn de oplaadtijd en de maximale celspanning. Goed ontworpen laders houden rekening met een combinatie van deze factoren. Bepaalde effecten die verschijnen wanneer een cel voor het eerst wordt opgeladen kunnen lijken op de omstadigheden die tot beeindiging leiden. Daarom hanteren laders meestal een vertraging van één tot vijf minuten voordat de helling-detectie start. Laad-beëindiging is ook moeilijk op te sporen bij laden onder C / 8, omdat dan de spannings- en temperatuurhellingen (DV / DT en DT / DT) klein zijn en vergelijkbaar met andere systeem effecten. Voor de veiligheid tijdens het snel opladen, moet de hardware en software zich altijd bevinden in het gebied van vroeg beeindigen.

 

 

 

Lithium-Ion cellen

a3

Figuur 4.Li+-batterij oplaad profiel

Het opladen van deze accu’s verschilt van de lading van nikkel-chemie. Een top-off lading kan maximale energie-opslag op een veilige manier waarborgen. Li + laders reguleren hun laadspanning met een nauwkeurigheid beter dan 0,75%, en hun maximale laadstroom wordt ingesteld met een stroomlimiet, net als die van een bankvoeding (figuur 3). Als het snel opladen begint, is de cel spanning laag en dan gaat de laadstroom uit van de grenswaarde van de stroom.   De accuspanning stijgt langzaam tijdens het laden, de stroom daalt, en de spanning stijgt tot een float-spanningsniveau van 4,2 Vpercel (figuur 4).

De lader kan het opladen beëindigen wanneer de batterijhaarfloat-spanning bereikt,maar die benadering verwaarloost de topping-off operatie. Een optie is om een timer te starten wanneer de spanning wordt bereikt, en het opladen te eindigen na een vaste vertraging. Een andere methode is het bewaken van de laadstroom, en eindigen op een laag niveau(meestal 5% van de grenswaarde; sommige fabrikanten raden een hoger minimum van 100mA aan). Een top-off cyclus volgt evengoed deze techniek. De afgelopen jaren hebben verbeteringen opgeleverd in deLi+batterijen, de opladers, en ons begrip van deze batterijchemie.De vroegsteLi+batterijen voor consumenten toepassingen hadden tekortkomingen die de veiligheid aantasten, maar die problemen komen in de hedendaagse goed ontworpen systemen niet meer voor. Aanbevelingen van de fabrikant zijn noch statisch noch volkomen consistent, en Li+batterijen blijven evolueren.

Lood zuur cellen

a5PbSO4 batterijen worden meestal geladen hetzij door de stroombeperkings methode of door de meer gebruikelijke en in het algemeen eenvoudiger voltage beperkings methode. De spanningsbeperkings oplaad methode is vergelijkbaar met die voor Li + cellen, maar een hoge precisie is niet zo vereist. Er is een stroom-beperkte spanningsbron nodig vastgesteld op een niveau iets hoger dan de werk spanning (float voltage) van de cel (ongeveer 2.45V). Na de voorbereidende operatie die ervoor zorgt dat de accu zal gaan laden, begint de lader met snel opladen en dat gaat door tot het een minimale laadstroom bereikt. (Deze procedure is vergelijkbaar met die van een Li + lader). Het snelladen wordt dan beëindigd, en de lader zorgt voor een werkspanning van meestal ongeveer 2.2V. PbSO4 cellen maken het mogelijk om deze werk-spanning voor onbepaalde tijd te houden (Figuur 5). Bij hogere temperaturen, moet de snel laadstroom voor PbSO4 batterijen worden verlaagd volgens de temperatuur coëfficiënt van 0,3% per graad Celsius. De aanbevolen maximale temperatuur voor snel opladen is ongeveer 50 ° C, maar het laden voor onderhoud kan boven die temperatuur.

Optionele lading na de top

(Alle chemie) Opladers voor alle chemische bevatten vaak een optionele lading na de toptop-off-fase. Deze fase treedt op na fast-lading beëindiging en geeft een matige laadstroom die de batterij verhoogt tot zijn volle-laadniveau. (De werking is vergelijkbaar met bijvullen benzinetank van een auto nadat de pomp automatisch is gestopt.) De top-off lading wordt beëindigd bij het bereiken van een limiet met betrekking tot de cel spanning, temperatuur, of tijd. In sommige gevallen kan de top-off lading een lagere gebruiksduur van 5% of zelfs 10% geven boven die van het standaard snel opladen. Extra zorg is hier aan te raden: de accu is dan bijna of volledige geladen en kan mogelijk schade oplopen.

Optionele druppellading

(Alle chemische laders behalve Li +) Laders voor alle chemische bevatten vaak een optionele druppellading fase. Deze fase compenseert zelfontlading in een batterij. PbSO4 batterijen hebben het hoogste percentage van zelfontlading (enkele procenten per dag), en Li + cellen hebben de laagste. De Li + niveau is zo laag dat druppellading niet nodig is of niet aanbevolen wordt. NiCds, kunnen doorgaans echter voor onbepaalde tijd met een C / 16 geladen worden met druppelladen. Voor NiMH-cellen, is de veilige continue stroom is meestal rond de C / 50, maar druppellading voor NiMH cellen wordt niet door iedereen aanbevolen. Gepulste druppellading is een variant waarbij de lader korte pulsen van ongeveer C / 8 omvang geeft, met een lage werkduur die een gemiddeld straaltje stroom van C / 512 biedt. Omdat gepulste-druppellading geldt voor beide nikkel chemie-en, en goed bruikbaar is bij het type microprocessor (pP) van het aan/uit type, wordt het bijna universeel gebruikt.

Algemeen laad systeem

Voordat ze kijken naar specifieke circuit implementaties, moeten ontwerpers vertrouwd zijn met algemene blokken en functies (figuur 6). Alle snelladers moeten deze blok functies bevatten in een of andere vorm. Het krachtbron levert brute kracht. De stroom en spanning controles reguleren de stroom en spanning naar de accu. Bij minder dure laders is de regelaar meestal een power transistor of een ander lineaire-pass-element dat de stroom in warmte omzet. Het kan ook een bok switching voeding zijn, met een standaard vrijloopdiode met gemiddeld rendement of een synchrone gelijkrichter voor het hoogste rendement.. De blokkenaan de rechterkant infiguur6tonendiversemeet- enregelfuncties. Een analogestroomregellusbeperkt demaximale stroom dir geleverd wordt aan debatterij, eneen spanningluseen constantespanning opdecel. (Merk op datLi+celleneenhoge nauwkeurigheidvereisen in de toegepaste laadspanning.) De karakteristiek van de lader van het stroom-voltage (IV) kan volledigprogrammeerbaar zijn, of het kangeprogrammeerdzijn voor alleen stroom,met een spanningswaarde(of viceversa). De celtemperatuur wordt altijd gemeten, en de beëindiging kan worden gebaseerd op het niveau ofde helling vandeze meting. Laders meten ook de laadtijd, meestal als een berekening in de intelligentieblok. Dit blok levert intelligentie voor het systeem en implementeert eerder beschreven machine. Het weet hoe en wanneer een snelle lading beëindigd moet worden. Intelligentie zit intern in de chip in de stand-alone lader IC’s. Of het verblijft in een gastheer uC of de andere hardware die in de lader IC zit. Zoals eerder vermeld, heeft deze laatste architectuur vandaag de voorkeur.

 

Referenties

1. Hoe een SMBus-controller met behulp van de 80C51SL KBC, Intel Corp. application note, november 1994.
2. Handbook of batterijen, door David Linden (Editor), 2nd Edition, McGraw Hill tekst, januari 1995, ISBN Implementeren: 0070379211
3 . De System Management Bus-specificatie, versies 0.95a en 1.0, Intel Corp., februari 1995.
4. De Smart-Battery gegevens specificatie, versie 1.0, Inc. en Intel Corp., februari 1995.
5. De SMBus BIOS-specificatie, versie 1.0, Intel Corp., februari 1995.
6. Smart-Battery Selector specificatie, versie 0.9, Intel Corp., april 1995.
7. Inzicht Kleine microcontrollers, door Sibigtroth. Gepubliceerd door Inc., CSIC Division, circa 1990.

Aktieradius

Bij gemiddeld gebruik is de actieradius onder goede omstandigheden  6 km per Ah. Dit geldt bij een 24 of 25,9 V Accu. Bij 36 V geldt circa 9 Km per Ah, dus bij 36V en 10Ah is het 90 km.

Bij een accu van 24V en 9 Ah is het vermogen 226 watt en de actieradius 45 km

Als het minder is kan dit liggen aan:

-1- niet geheel opgeladen (een oplader stopt met opladen als de temperatuur boven een ingestelde grens komt)

-2- alle bewegende delen van de fiets moeten wrijvingsloos bewegen (met name de ketting).

-3- bandenspanning (te lage spanning kost meer weg-weerstand)

-4- belasting in Kg (fietser plus bagage).

-5- weersomstandigheden (tegenwind, de accu presteert minder bij koude of vorst)

-6- wegomstandigheden (hellingen, mul zand of gras etc. in plaats van glad wegdek)

-7- versnellingen gebruiken (wegrijden in de hoogste versnelling is funest en kost veel vermogen)

-8- hogere accu-inschakeling dan normaal of eco , dus sportief of turbo e.d.

Als u de motor ook maar even duidelijk hoort gaat de actieradius in de mist op. De motor moet geen zwoegend geluid maken, maar geen of een zacht zoevend geluid maken.

Weetjes over de Gazelle Innergy

Controle van de TMM sensor instelling

Bij de Gazelle Innergy E-bikes voorzien van een Trapkracht-Meet-Methode sensor (afgekort TMM-sensor) is de afstelling van deze sensor erg belangrijk voor een gelijkmatige en comfortabele ondersteuning.

Belangrijk – de TMM-sensor instelling is géén maat voor de hoeveelheid ondersteuning die uw fiets biedt! De instelling geeft -kort gezegd- alleen de ‘nul-waarde’ weer van de sensor. De dealer kan dit instellen.

Een van de kenmerken van een te lage TMM instelling ……….

_read_more»

Batterij-oplaad technieken

a1

Figuur 1.Diagram Generieke oplader

Batterij-oplaad technieken die in gebruik zijn in de praktijk van vandaag zijn: nikkel-cadmium(NiCd), nikkel-metaalhydride(NiMH), Gel loodzuur (PbSO4), enLithium-Ion (Li +).

Hoewel het geen onderdeel is van de eigenlijke laadprocedure, is de initialisatie een belangrijke stap in het proces. De lader initialiseert zelf en voert zijn eigen zelftest. Een lading kan worden onderbroken door een stroomstoring en de daaruit voortvloeiende herinitialisatie. Zonder een slimme batterij of een soort van tijdstempel, vluchtige opslag, kunnen dergelijke gebeurtenissen ongemerkt plaatsvinden. De meeste laders reinitializeren volledig na een stroomstoring. Als overladen een probleem is, kan de lader vervolgens een speciale zelftest uitvoeren om te bepalen of de batterij al opgeladen is. Een batterij aanwezig op power-up, bijvoorbeeld, zou een dergelijke actie triggeren.

Verschillende omstandigheden kunnen problemen veroorzaken bij deze initialisatie. Een vaste tijd lader bijvoorbeeld laadt een batterij met een vast interval van vier uur. Als er een stroomstoring in de lading optreedt na drie uur en 59 minuten, start de lader nog eens met vier uur opladen, waardoor de batterij een vier uur durende overbelasting krijgt. Deze behandeling kan de batterij beschadigen, en het is een van de redenen dat vaste-tijd opladen zelden wordt gebruikt. Het voorbeeld laat ook zien waarom de lader toezicht moet houden op de temperatuur van de batterij of andere methoden van beeindiging moet hanteren als backup maatregel.

Cel Kwalificatie

Deze fase van het opladen procedure detecteert of een batterij is geïnstalleerd en of deze kan worden opgeladen. Cel detectie wordt meestal bereikt door na te gaan of er spanning is op de laderklemmen terwijl de lader bron is uitgeschakeld, maar die methode kan een probleem opleveren als de cellen diep ontladen zijn gefietst en weinig spanning produceren. Als alternatief kijkt de lader vaak naar een thermistor of kortsluiting-jumper in  plaats van naar de cel zelf. De aanwezigheid van deze hardware kan ook dienen om de batterij te identificeren. Smart batterijen, van de andere kant, wisselen een ruime hoeveelheid seriële data uit met de accu, meestal voorzien van alle noodzakelijke oplaad parameters via een gespecialiseerde I2C ™ -achtige protocol genaamd de System Management Bus (SMBus ™).

Nadat de lader heeft bepaald dat een cel geïnstalleerd is moet hij bepalen of de cel goed is. Gedurende deze subfase (kwalificatie), wordt de cel gecontroleerd op basiswerking: is hij open, kortgesloten, heet, of koud. Om te test en of een cel is geladen kan worden, passen sommige laders van lood-zuur types vooral een lichte laad stroom toe (ongeveer een vijfde van het snel laden) en geeft de cel een vaste tijd om een bepaalde spanning te bereiken. Deze techniek vermijdt het probleem van valse afkeuringen voor sterk cyclische PbSO4 batterijen, en met toestemming van de fabrikant van de batterij, kan deze methode ook worden gebruikt voor andere chemische varianten.

Een controle van de omgevingslucht en celtemperaturen is ook een deel van de kwalificatiefase. Wanneer een lader hoge of lage temperatuur detecteert, wacht hij gewoonlijk een vooraf bepaald intervaltijd tot de temperatuur weer nominaal is. Als dit niet binnen de gestelde termijn gebeurt, vermindert de lader de laadstroom. Deze actie op zijn beurt vermindert de batterijtemperatuur, waardoor de efficiëntie verhoogt wordt. Tenslotte worden de cellen gecontroleerd op open of kortgesloten. Open cellen worden gemakkelijk gedetecteerd, maar een kortgesloten celindicatie heeft bevestiging nodig om valse storings indicaties te voorkomen. Als al deze controles bevredigend zijn geweest kan de cel geladen worden en het proces gaat verder zoals getoond in figuur 1.

Preconditioneringsfase (optioneel) of Refreshen

Sommige laders (vooral die van NiCd-batterijen) bevatten een optionele preconditioneringsfase waarin de batterij volledig wordt ontladen voordat het opladen wordt gestart. Volledige ontlading vermindert het spanningsniveau van elke accu met 1V per cel en elimineert dendritische (vertakte) formaties in de elektrolyt, die leiden tot wat vaak ten onrechte bestempeld als de memory-effect. Dit zogenaamde geheugeneffect verwijst naar de aanwezigheid van dendritische formaties die de levensduur van een cel kan verminderen, en het volledig opgeladen en ontladen elimineert soms het probleem. Preconditioning kan bij elke lading gebeuren, of het kan volgen op een indicatie (door load-test of een andere bewerking) dat meer dan de helft van de lading van de cel overblijft. Voorconditionering kan één tot tien uur vergen. Ontladen van een batterij in minder dan een uur wordt in het algemeen niet aanbevolen. Fast preconditioning leidt tot het praktische probleem van wat te doen met de warmte die via de belastingsweerstand ontstaat. Een preconditionering van meer dan tien uur wordt niet aanbevolen tenzij het handmatig kan worden gestart bij vaststelling van een verminderde capaciteit. Verwarring en misverstanden zijn er rondom het NiCd “memory-effect”, zodat de ontwerper kan beter geen refresh-knop op de oplader maken.

Snel laden Fase en Beëindiging

Welke snel laden en beëindigings methoden worden gebruikt zijn afhankelijk van cel chemie en andere ontwerp factoren. De volgende bespreking bevat snellaadtechnieken die op grote schaal worden gebruikt bij de huidige accu’s.

NiCd en NiMH cellen

a6

Figuur 6. Generiek oplaad-systeem blokschema

a2

Figuur 2. NiCd-batterij oplaad kenmerken bij C / 2 rate

De snellaad procedures voor NiCd en NiMH-batterijen zijn zeer vergelijkbaar; ze verschillen voornamelijk in de beëindiging methode. In elk geval, de lader Laadt met een constante stroom terwijl hij de accuspanning en andere variabelen bewaakt om te bepalen wanneer de lading moet stoppen. Laadsnelheden hoger dan 2C zijn mogelijk, maar de meest voorkomende bedraagt ongeveer C / 2. Omdat de laadefficiëntie iets minder dan 100% is, duurt een volledige lading op de C / 2 wijze iets meer dan twee uur. Terwijl constante stroom wordt toegepast, stijgt de celspanning langzaam en bereikt ten slotte een PK (een nulpunt helling). Het NiMH opladen moet op dit PK (de 0DV punt) worden beëindigd. Het NiCd opladen, anderzijds, moet eindigen bij een punt voorbij de PK: wanneer de accuspanning voor het eerst een geringe daling vertoont (-DV) (figuur 2). Een beschadiging van cellen kan het gevolg zijn als snel opladen doorgaat voorbij het eindpunt van beide accu’s.     Bij snelheden groter danC/2(resulterend ineenlaadtijdvan minder dan twee uur), houdt de laderook toezicht opde temperatuuren de spanningvan de cel.Omdat de temperatuur van de cel snel stijgtwanneereen celvolleladingbereikt, hanteert de temperatuurbewaking een anderbeëindigingstechniek. Beëindiging op deze positieve temperatuur helling heet DT beëindiging. Andere factoren die kunnen beëindiging triggeren zijn de oplaadtijd en de maximale celspanning. Goed ontworpen laders houden rekening met een combinatie van deze factoren. Bepaalde effecten die verschijnen wanneer een cel voor het eerst wordt opgeladen kunnen lijken op de omstadigheden die tot beeindiging leiden. Daarom hanteren laders meestal een vertraging van één tot vijf minuten voordat de helling-detectie start. Laad-beëindiging is ook moeilijk op te sporen bij laden onder C / 8, omdat dan de spannings- en temperatuurhellingen (DV / DT en DT / DT) klein zijn en vergelijkbaar met andere systeem effecten. Voor de veiligheid tijdens het snel opladen, moet de hardware en software zich altijd bevinden in het gebied van vroeg beeindigen.

 

 

 

Lithium-Ion cellen

a3

Figuur 4.Li+-batterij oplaad profiel

Het opladen van deze accu’s verschilt van de lading van nikkel-chemie. Een top-off lading kan maximale energie-opslag op een veilige manier waarborgen. Li + laders reguleren hun laadspanning met een nauwkeurigheid beter dan 0,75%, en hun maximale laadstroom wordt ingesteld met een stroomlimiet, net als die van een bankvoeding (figuur 3). Als het snel opladen begint, is de cel spanning laag en dan gaat de laadstroom uit van de grenswaarde van de stroom.   De accuspanning stijgt langzaam tijdens het laden, de stroom daalt, en de spanning stijgt tot een float-spanningsniveau van 4,2 Vpercel (figuur 4).

De lader kan het opladen beëindigen wanneer de batterijhaarfloat-spanning bereikt,maar die benadering verwaarloost de topping-off operatie. Een optie is om een timer te starten wanneer de spanning wordt bereikt, en het opladen te eindigen na een vaste vertraging. Een andere methode is het bewaken van de laadstroom, en eindigen op een laag niveau(meestal 5% van de grenswaarde; sommige fabrikanten raden een hoger minimum van 100mA aan). Een top-off cyclus volgt evengoed deze techniek. De afgelopen jaren hebben verbeteringen opgeleverd in deLi+batterijen, de opladers, en ons begrip van deze batterijchemie.De vroegsteLi+batterijen voor consumenten toepassingen hadden tekortkomingen die de veiligheid aantasten, maar die problemen komen in de hedendaagse goed ontworpen systemen niet meer voor. Aanbevelingen van de fabrikant zijn noch statisch noch volkomen consistent, en Li+batterijen blijven evolueren.

Lood zuur cellen

a5PbSO4 batterijen worden meestal geladen hetzij door de stroombeperkings methode of door de meer gebruikelijke en in het algemeen eenvoudiger voltage beperkings methode. De spanningsbeperkings oplaad methode is vergelijkbaar met die voor Li + cellen, maar een hoge precisie is niet zo vereist. Er is een stroom-beperkte spanningsbron nodig vastgesteld op een niveau iets hoger dan de werk spanning (float voltage) van de cel (ongeveer 2.45V). Na de voorbereidende operatie die ervoor zorgt dat de accu zal gaan laden, begint de lader met snel opladen en dat gaat door tot het een minimale laadstroom bereikt. (Deze procedure is vergelijkbaar met die van een Li + lader). Het snelladen wordt dan beëindigd, en de lader zorgt voor een werkspanning van meestal ongeveer 2.2V. PbSO4 cellen maken het mogelijk om deze werk-spanning voor onbepaalde tijd te houden (Figuur 5). Bij hogere temperaturen, moet de snel laadstroom voor PbSO4 batterijen worden verlaagd volgens de temperatuur coëfficiënt van 0,3% per graad Celsius. De aanbevolen maximale temperatuur voor snel opladen is ongeveer 50 ° C, maar het laden voor onderhoud kan boven die temperatuur.

Optionele lading na de top

(Alle chemie) Opladers voor alle chemische bevatten vaak een optionele lading na de toptop-off-fase. Deze fase treedt op na fast-lading beëindiging en geeft een matige laadstroom die de batterij verhoogt tot zijn volle-laadniveau. (De werking is vergelijkbaar met bijvullen benzinetank van een auto nadat de pomp automatisch is gestopt.) De top-off lading wordt beëindigd bij het bereiken van een limiet met betrekking tot de cel spanning, temperatuur, of tijd. In sommige gevallen kan de top-off lading een lagere gebruiksduur van 5% of zelfs 10% geven boven die van het standaard snel opladen. Extra zorg is hier aan te raden: de accu is dan bijna of volledige geladen en kan mogelijk schade oplopen.

Optionele druppellading

(Alle chemische laders behalve Li +) Laders voor alle chemische bevatten vaak een optionele druppellading fase. Deze fase compenseert zelfontlading in een batterij. PbSO4 batterijen hebben het hoogste percentage van zelfontlading (enkele procenten per dag), en Li + cellen hebben de laagste. De Li + niveau is zo laag dat druppellading niet nodig is of niet aanbevolen wordt. NiCds, kunnen doorgaans echter voor onbepaalde tijd met een C / 16 geladen worden met druppelladen. Voor NiMH-cellen, is de veilige continue stroom is meestal rond de C / 50, maar druppellading voor NiMH cellen wordt niet door iedereen aanbevolen. Gepulste druppellading is een variant waarbij de lader korte pulsen van ongeveer C / 8 omvang geeft, met een lage werkduur die een gemiddeld straaltje stroom van C / 512 biedt. Omdat gepulste-druppellading geldt voor beide nikkel chemie-en, en goed bruikbaar is bij het type microprocessor (pP) van het aan/uit type, wordt het bijna universeel gebruikt.

Algemeen laad systeem

Voordat ze kijken naar specifieke circuit implementaties, moeten ontwerpers vertrouwd zijn met algemene blokken en functies (figuur 6). Alle snelladers moeten deze blok functies bevatten in een of andere vorm. Het krachtbron levert brute kracht. De stroom en spanning controles reguleren de stroom en spanning naar de accu. Bij minder dure laders is de regelaar meestal een power transistor of een ander lineaire-pass-element dat de stroom in warmte omzet. Het kan ook een bok switching voeding zijn, met een standaard vrijloopdiode met gemiddeld rendement of een synchrone gelijkrichter voor het hoogste rendement.. De blokkenaan de rechterkant infiguur6tonendiversemeet- enregelfuncties. Een analogestroomregellusbeperkt demaximale stroom dir geleverd wordt aan debatterij, eneen spanningluseen constantespanning opdecel. (Merk op datLi+celleneenhoge nauwkeurigheidvereisen in de toegepaste laadspanning.) De karakteristiek van de lader van het stroom-voltage (IV) kan volledigprogrammeerbaar zijn, of het kangeprogrammeerdzijn voor alleen stroom,met een spanningswaarde(of viceversa). De celtemperatuur wordt altijd gemeten, en de beëindiging kan worden gebaseerd op het niveau ofde helling vandeze meting. Laders meten ook de laadtijd, meestal als een berekening in de intelligentieblok. Dit blok levert intelligentie voor het systeem en implementeert eerder beschreven machine. Het weet hoe en wanneer een snelle lading beëindigd moet worden. Intelligentie zit intern in de chip in de stand-alone lader IC’s. Of het verblijft in een gastheer uC of de andere hardware die in de lader IC zit. Zoals eerder vermeld, heeft deze laatste architectuur vandaag de voorkeur.

 

Referenties

1. Hoe een SMBus-controller met behulp van de 80C51SL KBC, Intel Corp. application note, november 1994.
2. Handbook of batterijen, door David Linden (Editor), 2nd Edition, McGraw Hill tekst, januari 1995, ISBN Implementeren: 0070379211
3 . De System Management Bus-specificatie, versies 0.95a en 1.0, Intel Corp., februari 1995.
4. De Smart-Battery gegevens specificatie, versie 1.0, Inc. en Intel Corp., februari 1995.
5. De SMBus BIOS-specificatie, versie 1.0, Intel Corp., februari 1995.
6. Smart-Battery Selector specificatie, versie 0.9, Intel Corp., april 1995.
7. Inzicht Kleine microcontrollers, door Sibigtroth. Gepubliceerd door Inc., CSIC Division, circa 1990.